Alle ballen hoog houden
- 3 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
"Je moet gewoon alle ballen hoog houden."
Deze zin kwam ik laatst tegen op social media.
Een uitdrukking die je op allerlei plekken hoort:
op werk, thuis, in gesprekken met vrienden.
De uitdrukking komt uit het jongleren: meerdere ballen tegelijk in de lucht houden zonder dat er één valt. Ooit stond het voor een vaardigheid, iets wat je kunt oefenen, verbeteren, misschien zelfs beheersen.
Maar in het dagelijks leven is het iets anders geworden. Geen vaardigheid, maar een verwachting.
Alsof we allemaal voortdurend alles tegelijk moeten kunnen dragen. Werk, sociale contacten, gezondheid, afspraken, verantwoordelijkheden. En het liefst zonder dat iemand ziet hoeveel moeite het kost. De kunst van het hooghouden is daarmee geen keuze meer, maar een norm.
Dat het voor sommigen lijkt te lukken, betekent niet dat het een realistische norm is. Of dat het gezond is om dat van jezelf te blijven vragen.
En precies daar begint het te wringen.
Want “alle ballen hoog houden” gaat uit van controle. Van overzicht. Van het idee dat als je maar goed genoeg je best doet, alles in de lucht blijft. Dat het jouw verantwoordelijkheid is om te zorgen dat er niets valt.
Maar epilepsie trekt dat fundament onder je vandaan.
Epilepsie is niet voorspelbaar. Niet volledig maakbaar. Je kunt nog zo zorgvuldig omgaan met medicatie, slaap, prikkels en planning, en toch kan er iets gebeuren wat je niet in de hand hebt. De gedachte dat je alles onder controle kunt houden, botst daarmee frontaal op de realiteit.
Dat het voor sommigen lijkt te lukken, betekent niet dat het een realistische norm is. Of dat het gezond is om dat van jezelf te blijven vragen.
En toch blijft die verwachting bestaan.
Niet alleen van buitenaf, maar ook van binnen. Je wilt meedoen. Niet achterblijven. Niet degene zijn die steeds moet afzeggen of aanpassen. Dus probeer je die ballen hoog te houden. Misschien nog eentje erbij. Omdat anderen het ook doen.
Totdat het te veel wordt.
Wat deze uitdrukking ongemerkt doet, is de verantwoordelijkheid volledig bij het individu leggen. Als er iets “valt”, voelt dat al snel als falen. Alsof je het niet goed genoeg hebt gedaan. Alsof je harder had moeten oefenen, beter had moeten plannen, sterker had moeten zijn.
Maar dat is een misleidend beeld.
Niet alles wat valt, is jouw schuld.
En niet alles hoeft in de lucht te blijven.
Misschien is de vraag niet hoe we alle ballen hoog houden. Misschien is de vraag waarom het er zoveel zijn. Wie heeft bepaald dat we ze allemaal tegelijk moeten dragen? En belangrijker nog, welke mogen er naar beneden?
Leven met epilepsie vraagt niet om perfect jongleren. Het vraagt om iets anders. Om keuzes maken. Om grenzen erkennen, ook als die niet zichtbaar zijn voor anderen. Om accepteren dat controle niet absoluut is en dat dat niets zegt over jouw inzet of waarde.
De kracht niet in het hooghouden, maar in het durven loslaten.
Niet omdat je het niet kunt. Maar omdat je weet dat je niet alles kunt en dat dat oké is.
Houd jij alle ballen hoog? Of heb je besloten dat er ook een paar naar beneden mogen?



Opmerkingen